Een verborgen schat in Brabant

In het ED (Eindhovens Dagblad) van 18 januari 2018 verscheen een artikel (lees het hier) over een mogelijk verborgen schat in de omgeving van Geldrop. De aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van de feit-fictieroman “Het Hubertus Mysterie” van onderzoeker en schrijver Duyo Geldrop. Zijn onderzoek werd na 2018 door hemzelf voortgezet. Deze website en de voordelige abonnee-website www.schildersgeheimen.nl zijn daar het resultaat van.

Waarom zou juist Geldrop zijn uitgekozen voor het verbergen van een belangrijke schat? Dat heeft vermoedelijk te maken met de woordspeling die van de naam van dit dorp kan worden gemaakt: “geld ‘r op“. Die term is eigenlijk een synoniem van armoede. Later zal blijken dat juist de armen iets met de aard van deze schat van doen hebben…

Heilige Geest

De zorg voor de armen in de Middeleeuwen werd georganiseerd door de Tafel van de Heilige Geest. Destijds zag men de Heilige Geest als de Vader van de Armen. De “Heilige Geestmeester” of de “Dis-meester” was belast met de uitvoering van de armenzorg in de (Brabantse) dorpen. Vincent van Gogh speelde overigens met de term “dis-meester” in zijn werk “De Aardappeleters”. Dat blijkt uit een artikel daarover op onze abonnee-website  www.schildersgeheimen.nl. De vader van Vincent, dominee Theodorus van Gogh, werkte voor de Maatschappij van Welstand. Deze organisatie was voortgekomen uit de vroegere Tafel van de Heilige Geest.

De vroegere Dismeesters beheerden de bezittingen van de Tafel van de Heilige Geest. Zij hielden daarnaast toezicht op het uitdelen van eerste levensbehoeften aan de armen, zoals brood.

Enclave

In de archieven van de Tafel van de Heilige Geest bevindt zich een akte uit 1296 waarin Geldrop (precies zo geschreven) voor de eerste keer wordt vermeld. Geldrop was, naar algemeen wordt aangenomen, in vroeger tijden een Gelderse enclave. Dat wil zeggen een stukje Gelders gebied in Brabant. Een en ander wordt bevestigd door een akte uit 1334 uit hetzelfde archief van de Tafel van de Heilige Geest. Deze akte vermeldt dat graaf Reinoud II van Gelre (vanaf 1338 Hertog van Gelre) bevestigde dat de heerlijkheid Geldrop zijn eigendom was. Vanaf dat moment bleef Geldrop nog enige tijd een Gelderse enclave in Brabant.

Vondst verborgen schat aanstaande

De laatste sporen naar de verborgen schat worden thans gevolgd. Een belangrijke recente ontdekking vormt de connectie tussen Vincent van Gogh en de twee Zuid-Franse pastoors Boudet en Saunière. Het ligt in de lijn der verwachting dat de schat binnen afzienbare tijd in de omgeving van het Brabantse dorp Geldrop wordt geborgen. Als feit, niet langer als fictie! 

Jan van Scorel

De inhoud van de schat rustte eeuwenlang in de diepste kelders van het Vaticaan. De Nederlandse paus Adrianus VI vond in 1522 echter dat de kostbaarheden gevaar liepen. Hij besloot om de inhoud van de schat in veiligheid te brengen. Enkele van de directe medewerkers van paus Adrianus VI waren in Mierlo en Heeze geboren, zodat zij met de omgeving bekend waren. De schat kwam vervolgens onder de hoede van de familie Van Horne (zie hieronder).

De Nederlandse kunstschilder Jan van Scorel (1495-1562) was in 1522 op verzoek van Adrianus VI aangesteld als conservator van de Vaticaanse oudheden. Hij verwerkte aanwijzingen met betrekking tot de nieuwe verblijfplaats van de schat in enkele van zijn schilderijen. Een mooi voorbeeld daarvan vormt zijn werk “Maria Magdalena” uit 1540.

“Maria Magdalena” (1540) door Jan van Scorel – www.rijksmuseum.nl : Home : Info, Publiek domein

Eewich Edict van 1611

Maximiliaan van Horne (1480-1542) was rond 1522 heer van onder andere Geldrop en Heeze. Tien jaar eerder, in 1512, had hij lijdzaam moeten toezien hoe Gelderse troepen tijdens een rooftocht van Maarten van Rossem het Geldropse kasteel opbliezen. Ook werden bij die gelegenheid 200 inwoners van Geldrop opgesloten in de kerk, die daarna in brand werd gestoken.

Maximiliaan raakte nauw betrokken bij het verbergen van de schat in de Geldropse contreien. Het geheim ging hierna over van vader op zoon. Het kasteel in Geldrop werd rond 1616 opnieuw opgebouwd. Een kleinzoon van Maximiliaan was Amandus I van Horne. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om aanwijzingen naar de verborgen schat aan te brengen op de puien van het kasteel.

Zijn zoon Amandus II van Horne haakte daar verder op in. Zijn vader en hij verwezen naar een in 1611 afgekondigd Eewich Edict. Dat bevatte 47 schriftelijk vastgelegde wetten. Voorheen waren de wetgeving en rechtspraak gebaseerd op mondelinge willekeur. In de tekst van het Eewich Edict was een ingenieuze code verborgen. Amandus II ontving belangrijke bezoekers uit kerkelijke kringen. Dat waren onder anderen de bisschoppen van ‘s-Hertogenbosch Michael Ophovius en Joseph Bergaigne. Maar ook de kunstschilder Peter Paul Rubens, die bevriend was met bisschop Ophovius, bezocht Kasteel Geldrop regelmatig.

Het Visioen van Sint Hubertus (1617) door Peter Paul Rubens en Jan Brueghel (Wikimedia Commons)

Vincent van Gogh en de verborgen schat

Peter Paul Rubens en Jan Brueghel kregen vanuit religieuze organisaties speciale opdrachten. Zij moesten aanwijzingen naar de verblijfplaats van de verborgen schat in hun schilderijen verwerken. Hetzelfde gold later voor de Vlaamse kunstschilder David Teniers en de Franse schilder Nicolas Poussin.

Een in zijn tijd verguisde, maar later beroemde kunstschilder die hiervoor werd ingeschakeld was vanaf ca. 1881 Vincent van Gogh. Vincent ging voortvarend te werk. Hij codeerde deelaanwijzingen naar de verblijfplaats van de schat in veel van zijn thans bekende werken. Voorbeelden met rijke code zijn “Populierenlaan in de herfst” (1884), “De Aardappeleters” (1885) en “Sterrennacht” (1889).

richting van de schaduw
Bewerkt detail uit “Populierenlaan in de herfst” (Vincent van Gogh – 1884)

Vincent werkte tot begin 1886 bij zijn coderingen nauw samen met de Geldropse kasteelheer Hubertus Paulus Hoevenaar. Deze later gefortuneerde industrieel erfde het kasteel in 1843 van zijn tante Sara. Hoevenaar restaureerde rond 1866 op zijn beurt het kasteel. Hij bracht daarvoor nieuwe aanwijzingen naar de schat op de puien van zijn kasteel aan. Hoevenaar kwam met Vincent in contact via Vincents vader. Dominee Van Gogh predikte niet alleen in Nuenen, maar ook in Geldrop. Dat gebeurde in een kerkje dat Hoevenaar op het kasteelterrein had laten bouwen.

Het Gele Huis

Vincent van Gogh bezocht het dorp Saintes-Maries-de-la-Mer in 1888. Hij ontmoette daar de Franse priester Henri Boudet. Boudet was pastoor in het Zuid-Franse dorp Rennes-les-Bains. Naast priester was Boudet ook historicus en schrijver. Hij was de auteur van het merkwaardige boek “La Vraie Langue Celtique” uit 1886. Daarin werd al – via codes in het Eewich Edict – subtiel verwezen naar Vincent van Gogh. Enkele elementen voor Vincents schilderij “Het Gele Huis” (1888) waren rechtstreeks afkomstig van Boudet. Vincent gaf dit in code aan in een brief aan zijn broer Theo.

Rennes-le-Château
Rennes-le-Château – Tour Magdala – (c) Can Stock Photo / KarSol

Rennes-le-Château

Na de dood van Vincent in juli 1890 bleef onder anderen zijn zus Willemien (1862-1941) het overzicht houden over de codes in de werken van haar overleden broer. Een vriend en collega van Henri Boudet, pastoor Bérenger Saunière van het naburige dorp Rennes-le-Château, bestelde in 1897 een interieurstuk voor zijn kerk. Het ging om vier engelen, die samen het kruisteken maakten. Daaronder was een wijwaterbassin aangebracht en daar weer onder een beeld van de demon Asmodeus. Deze Asmodeus stond eertijds bekend als bewaker van de tempelschatten van Salomon. De beeldengroep was onmiskenbaar een gecodeerd vervolg op Vincents schilderij “Populierenlaan in de herfst” uit 1884. Het kan niet anders of er moet via-via contact zijn geweest tussen de organisatie die Vincent aanstuurde en Saunière.

Je vindt op onze abonnee-website www.schildersgeheimen.nl een uitgebreide uitleg van de door Vincent toegepaste codes. Deze website toont regelmatig nieuwe bewijs-blogs. Daarmee wordt het bovenstaande verhaal steeds meer bevestigd.

Lees ook deze pagina voor meer informatie over onze onthullende abonnee-website.

Antoine de Saint-Exupéry
(Wikimedia Commons)

Antoine de Saint-Exupéry

De stroom aanwijzingen naar de verborgen schat ging ook na de dood van Boudet (1915) en Saunière (1917) onverminderd verder. De van adel zijnde Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) is daar een mooi voorbeeld van. Hij is onder meer bekend van het beroemde sprookje “Le Petit Prince”. De Saint-Exupéry werkte verder als luchtpost-piloot in West-Afrika. In de periode 1910-1936 schreef hij regelmatig brieven aan zijn moeder.

Een bundel van die brieven verscheen postuum in 1955 onder de titel “Lettres à sa mère”. Dit boek geeft, opmerkelijk genoeg, bepaalde codes van Vincent weer. Het gaat vooral om Vincents werken “De Aardappeleters” en “Sterrennacht”. Antoine de Saint-Exupéry verwijst ook naar Vincents schildervriend Anthon van Rappard en, niet onbelangrijk, naar de verborgen schat waar het sinds 1522 allemaal om draait.

Op onze abonnee-website www.schildersgeheimen.nl worden regelmatig nieuwe bewijsblogs geplaatst. Volg het allemaal voor slechts € 24,95 incl. btw/per jaar (vanaf het tweede jaar 50% korting).